Israël, ook wel het land van de Joden en van de Palestijnen

Zoals beloofd in mijn vorige blog, ga ik nu wat dieper in op de Palestijnse kwestie. 

Al van kindsbeen af hoorde ik de verhalen over de oorlog tussen Israël en Palestina. Door Israël te bezoeken en met verschillende mensen te praten (inderdaad, met Israëli) besefte ik pas echt hoe ingewikkeld dit verhaal net is.

(Bron: http://conflictenteller.nl/isra%C3%ABlpalestina.html)

WAT:

Na de Eerste Wereldoorlog kreeg Groot-Britannië Palestina onder ‘mandaat’ (beheer). Al in 1917 had de Britse minister Balfour aan de zionistische beweging een ‘tehuis’ voor het Joodse volk in Palestina beloofd en de Arabieren in het gebied zelfbestuur (de ‘Balfour Declaration’). 

De massamoord op de Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog zorgden bij veel Westerse landen voor schuldgevoelens. In 1947 besloot de pas opgerichte Verenigde Naties dat er in Palestina zowel een Joodse als een Palestijnse staat moest komen. De Arabische bevolking van Palestina en de Arabische landen waren tegen de vestiging van een Joodse staat, ook al omdat de verdeling van het grondgebied sterk ten nadele van de Palestijnen uitviel. Op 14 mei 1948, één dag voor het einde van het Britse mandaat, riepen de zionistische leiders de staat Israël uit. De volgende dag vielen legers van Egypte, Irak, Syrië, Jordanië en Lybië de jonge staat binnen – de eerste Arabisch-Israëlische oorlog. 

De goed bewapende en getrainde Joodse strijdgroepen weerstonden de Arabische inval en namen een groot deel van Palestina in. Bij de Palestijnen staat deze Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog bekend als de nakhba (ramp). Enkele duizenden Palestijnen werden gedood en meer dan 500 Palestijnse dorpen en stadswijken verwoest. Ruim 700.000 Palestijnen werden verdreven of vluchtten naar de buurlanden en naar gebieden die nog niet door de Israëliers waren ingenomen. De Joodse staat veroverde veel meer grondgebied dan was voorzien in het VN-verdelingsplan, er kwam geen Palestijnse staat, Egypte lijfde de Gazastrook in en Jordanië de Westoever. 

Na 1948 heeft Israël nog verschillende oorlogen met Arabische buurlanden uitgevochten, zoals in 1956 met Egypte om de zeggenschap over het Suezkanaal, en in juni 1967 de Zesdaagse Oorlog met Egypte, Syrië en Jordanië. De Zesdaagse Oorlog was een groot militair succes voor Israël, dat het land een geweldige psychologische opkikker gaf en haar militaire en politieke dominantie in de regio voor lange tijd verzekerde. Het veroverde de Gazastrook en het Sinaï-schiereiland op Egypte, de Westoever (door religieuze Joden Judea en Samaria genoemd), inclusief Oost-Jeruzalem, op  Jordanië, en de Golanhoogte op Syrië. Het betekende een even zo grote vernedering voor de Arabische wereld. Deze schande werd in oktober 1973 gedeeltelijk uitgewist, toen Egypte en Syrië een gezamenlijke aanval uitvoerden die Israël volkomen verraste: de Jom Kippoer Oorlog, genoemd naar de heiligste dag uit de Joodse religieuze kalender, Grote Verzoendag, waarop de aanval begon. Pas na tussenkomst van de Amerikanen kwam er een wapenstilstand. 

Geleidelijk is het Arabisch-Israëlische conflict geworden tot het nog steeds voortdurende conflict tussen Israël en de Palestijnen. Hoewel de relatie tussen Israël en veel Arabische landen slecht is gebleven, hebben er sinds de jaren 1980 geen grote confrontaties met de buurlanden plaatsgevonden, met uitzondering van de Libanon-oorlog in 2006. In 1979 sloot Egypte een vredesverdrag met Israël, waarbij het de Sinaï-woestijn terugkreeg, in 1994 gevolgd door Jordanië. Het enige land dat Israël nog steeds echt bedreigt en weigert te erkennen is (niet-Arabisch) Iran, dat met Hamas, Syrië en de gewapende Hezbollah-partij in Libanon het zg. ‘afwijzingsfront’ vormt. 

Zowel Palestijnen als Joden claimen (delen van) het grondgebied dat nu de staat Israël vormt. Vanaf de jaren 1960 pleegden militante Palestijnse groeperingen regelmatig aanslagen tegen Israël en haar bevolking. De bekendste zijn de Fatah-beweging en de overkoepelde organisatie Arabische Liga opgerichte Palestijnse Bevrijdings Organisatie (PLO), beide tot zijn dood in 2004 geleid door Yasser Arafat. De doelstellingen van de PLO en Fatah zijn het verwezenlijken van een onafhankelijke Palestijnse staat. 

Vanaf 1987 zijn er onder internationale druk verschillende vredespogingen ondernomen. Aanleiding was de Intifada van 1987-1993, een grootschalig protest van de Palestijnse bevolking tegen de Israëlische bezetting van de Gazastrook en de Westoever. In deze periode zijn verscheidene nieuwe Palestijnse verzetsbewegingen ontstaan, waaronder Hamas en de Palestijnse Jihad. 

In 1993 ondertekenden de PLO en Israël in Oslo een vredesakkoord, waarin werd afgesproken dat de Palestijnen Israël als legitieme staat zouden erkennen en de Palestijnen zelfbestuur zouden krijgen in de sinds 1967 bezette gebieden. In 1995 werd de Palestijnse Nationale Autoriteit (PNA) opgericht, die de Palestijnse gebieden bestuurt. Begin 2000 liepen nieuwe onderhandelingen tussen Israël en de PNA echter stuk. In 2001 brak de Tweede Intifada uit, die veel gewelddadiger was dan de eerste en tot 2005 duurde.  

In 2006 won Hamas de verkiezingen in de Palestijnse gebieden,  wat een conflict tussen Hamas en Fatah veroorzaakte. In 2007 wist Hamas de controle over de Gazastrook te krijgen en sindsdien zijn de Palestijnse gebieden feitelijk verdeeld tussen een door de PNA bestuurde Westoever en een door Hamas beheerste Gazastrook. In december 2008 en januari 2009 lanceerde het Israëlische leger een grootscheepse militaire campagne in de Gazastrook (de Gaza Oorlog). Onder invloed van de ‘Arabische lente’ (de omverwerping van autoritaire regiems in Tunesië, Egypte, Libië en enkele Golfstaten) kwamen de PNA en Hamas in april 2011 tot een vergelijk. Het z.g. ‘vredesproces’ tussen Israël en de Palestijnen ligt echter al sinds 2009 stil.

 

WAAROM:

De wortels van het Israëlisch-Palestijnse conflict liggen dus in de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw. Onder andere vanwege de uitsluiting en vervolging van Joden in veel Europese landen ontstond een beweging om een eigen Joodse staat te vormen. De over de hele wereld verspreide Joden zouden moeten terugkeren naar het ‘beloofde land’. Dit streven paste in het toen in zwang zijnde nationalisme, volgens welk elk volk of ‘natie’ recht heeft op zelfbestuur oftewel een eigen staat. Het streven naar een Joodse staat in Palestina wordt Zionisme genoemd, naar de berg Zion in Jeruzalem (Zion wordt ook vaak als synoniem voor Jeruzalem gebruikt) . Er werd eigenlijk weinig acht geslagen op het feit dat het beoogde land al bewoond werd, in grote meerderheid door Arabieren, zowel Moslims als Christenen, en dat er een bloeiende maatschappij bestond. De trek van (meest straatarme) Joden uit voornamelijk Oost-Europa kreeg een sterke impuls na het Eerste Zionistische Congres, gehouden in 1897 in Bazel en geïnspireerd door het boek Der Judenstaat van de Oostenrijkse journalist Theodor Herzl.

Het conflict gaat dus in de eerste plaats om grondgebied, om land en om grenzen, en om de identiteit van de bevolking. Naast het pure bestaan van de Joodse staat en de verdrijving van een groot deel van de oorspronkelijke Arabische bewoners, zijn in de loop der jaren een aantal specifieke problemen een rol gaan spelen. De vele honderdduizenden Palestijnse vluchtelingen blijven een heet hangijzer. Niet alleen hun vaak beroerde leefomstandigheden en het ontbreken van burgerrechten en economische perspectieven in de gastlanden, maar vooral het recht op terugkeer naar waar ze vandaan kwamen. De meeste van de oorspronkelijke Palestijnse huizen en dorpen zijn verwoest of worden door anderen bewoond en Israël verzet zich hevig tegen grootschalige terugkeer. De Palestijnse inwoners van Israël hebben een hoger geboortecijfer, wat op den duur een bedreiging kan vormen voor het Joodse karakter van de staat. Het land zit dus niet te wachten op nog meer niet-Joodse burgers, of dat nu terugkerende vluchtelingen zijn of de bewoners van de bezette gebieden (die Israël dan ook nooit bij het eigen grondgebied heeft willen inlijven). 

De status en toekomst van deze door Israël in 1967 bezette gebieden en de behandeling van de daar levende Palestijnse bevolking is een ander twistpunt. De bouw van nieuwe Joodse nederzettingen en de vestiging van steeds meer kolonisten is een doorn in het oog van de Palestijnen. De Joodse kolonisten worden economisch en politiek gesteund door de Israëlische regering en militair beschermd door het leger. De Palestijnen zien hun bewegingsvrijheid en hun economische ontwikkeling steeds verder beknot. Hun woede wordt nog versterkt door de bouw van een ‘muur’ (bestaande uit hekken, muren, greppels, wachttorens, prikkeldraad en poorten) tussen de Westoever en het eigen grondgebied, waarmee Israël in 2003 is begonnen. De muur loopt op sommige plaatsen dwars door Palestijns gebied en scheidt ook Jeruzalem in twee delen. Volgens Israël is de muur noodzakelijk om terroristen te weren. Palestijnen vinden de muur een afscheidingsmuur zoals de Berlijnse muur tijdens de Koude Oorlog. 

In 2006 trok Israël zich terug uit de Gaza-strook en ontmantelde de daar gevestigde Joodse nederzettingen. De grenzen blijven echter onder streng Israëlisch toezicht en de dicht op elkaar wonende bevolking lijdt onder een economische blokkade. 

De kwestie Jeruzalem: Jeruzalem speelt een grote rol in de drie monotheïstische wereldgodsdiensten – het Jodendom, het Christendom en de Islam. De stad staat nu onder controle van Israël, die dit zo wil houden. De Palestijnen claimen recht te hebben op het oosten van de stad, dat ze tot hoofdstad van hun eigen staat willen uitroepen. 

Het wederzijdse geweld is, zoals in veel conflicten, een probleem op zichzelf geworden, dat de wederzijdse haat en het wantrouwen voedt. In het verleden vroegen militante groeperingen middels terroristische aanslagen in Israël en in het buitenland, en middels gijzelingen en vliegtuigkapingen aandacht voor het lot van de Palestijnen. Sinds een aantal jaren vuren Hamas en andere militante Palestijnse groeperingen, en ook Hezbollah, met regelmaat raketten op Israël af, wat wordt beantwoord met bombardementen op Palestijnse doelen.

EN NU?

First of all: het staat vast dat het Joodse volk zwaar heeft geleden, vooral onder de Holocaust. Ik kan perfect snappen dat men een nieuwe thuis wilde creëren, nadat hun volk zo vreselijk werd behandeld. Maar, ze beroepen zich op 3000 jaar oude geschiedenis om hun rechten te claimen op een gebied, terwijl dit gebied toen bewoond werd door Palestijnen. Officieel was het een Brits mandaatsgebied, dus niet onafhankelijk. Daarnaast is er het argument van de Israëli dat er altijd een groep Joden is blijven wonen in die streek. 

Uit het praten met de Israëlische bevolking werd wel duidelijk dat veel Israëli eigenlijk gewoon vrede willen, en met rust gelaten wil worden. Er wordt dan ook steeds meer gepleit voor het 2-statensysteem. Maar… er blijven wel een aantal obstakels: wat met Jeruzalem? Israël zal Jeruzalem nooit loslaten en de Palestijnen zien Jeruzalem als hun hoofdstad. Wat met de settlements? Bij ons bezoek aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken werd gewezen op het afstaan van de settlements in de Gazastrook en dat ze dit opnieuw kunnen. Maar natuurlijk niet zonder een vredesgebaar van de Palestijnen. Wat met de muur en de gewapende troepen? Vertrouwen is er immers nog lang niet.

Een ander bijkomend probleem is dat die 2 bevolkingen elkaar al zolang haten, eigenlijk overgedragen van ouders & grootouders. De legerdienst heeft ook als gevolgd dat er een soort indoctrinatie is van het eigen gelijk en van hun nationalisme. Natuurlijk kan je evenmin de huidige Israëlische bevolking uit hun huizen zetten en deze teruggeven aan de Palestijnen…

Zoals je je wel kan inbeelden was het wel interessant om ook de minder bekende kant van het verhaal te horen, namelijk dat van Israël. De beelden van de onderdrukte Palestijnen hebben ons natuurlijk al jarenlang overspoeld. Het deed me vooral beseffen hoe moeilijk dergelijke geschillen zijn. Want: aan beide kanten heb je natuurlijk onschuldige slachtoffers. Elk geboren kind is onschuldig aan deze zaak. En sinds 1948 werden veel kinderen geboren, die nu de oorlogen van hun (groot)ouders moeten uitvechten. 

Even voor de duidelijkheid: ik keur niet goed dat Israël tot op heden Palestina onderdrukt. Maar, ik denk en ik hoop oprecht voor de beide bevolkingsgroepen, dat beiden snel tot een oplossing komen. Misschien is dat een les die het Midden-Oosten van Europa kan trekken? Hoe sterker de gemeenschappelijke (vaak economische) belangen, hoe minder snel oorlog een kans krijgt. 

Een hele moeilijke, gevoelige en ingewikkelde zaak, veel te complex om 1 in simpele blog uit te leggen. Maar bij deze heb ik een bescheiden poging gewaagd. 

Israël, ook wel het land van lekker eten, start-ups en Westerse problemen

Van 17 januari tot en met 21 januari was ik, samen met 7 andere leden van de huidige & vorige kern van Jong VLD, uitgenodigd in Israël. Aangezien ik geen specialisatie over het Midden-Oosten heb, heb ik geprobeerd met een open, maar kritische geest naar Israël te trekken. Tijdens deze trip ben ik vooral tot de conclusie gekomen dat Israël een prachtig land is, maar ook een heel ingewikkeld verhaal is.

Hierbij mijn bevinden:

1/ Het eten & klimaat

Kwestie van licht te beginnen, en je niet direct de Palestijnse kwestie op je bord te gooien. Alhoewel… ‘licht’. Israëli’s eten vrij uitgebreid. Lekker, maar heel veel. Denk aan verschillende bordjes met oa humus, olijven, tapenades etc op tafel, met een soort pitabrood. Heel lekker allemaal, maar na de reis toch wel wat bijgekomen. Uit hetgeen we in het museum over Joodse cultuur gezien hebben, is lekker eten eigenlijk een onderdeel van hun cultuur. I like.

Daarnaast was het 20 graden. In januari. Do I need to say more? Tel daar een prachtige omgeving bij en dan zal je snappen dat dit land echt wel een bezoekje waard is. 


2/ Het land van de start-ups & technologie

We bezochten de universiteit van Tel Aviv & Jeruzalem, The Junction, Sifriya, Ramot, Star Tau & Yissum over Start-ups & technology. Telkens bleef 1 iets terugkomen: The Start-Up Nation. Een boek geschreven door Dan Senor & Saul SInger, dat bij elke Israëli op het boekenlijstje staat. Het gaat dus over hoe Israël (een land met 8 miljoen inwoners, slechts 65 jaar oud, omringd door vijanden en in continu staat van waken) de meeste start-up bedrijven heeft.

Door onze bezoeken werd die vraag zo’n beetje beantwoord. Eerst en vooral is het een kwestie van mentaliteit. Veel mensen hebben een job overdag of werken halftijds en werken daarnaast aan hun eigen start-up. We bezochten eerst The Junction, opgerciht door Genesis Partners (= een venture capital bedrijf). Dit is een accelerator die werkt met het ‘pay-it-forward’ model. Een team kan 3 maanden (=een wave) begeleid worden door The Junction, krijgt kantoorruimte, samen met andere teams, en volledige begeleiding. In ruil weiden ze zich fulltime aan hun start-up, geven ze na 3 maanden een volledig uitgewerkte demo van hun product en helpen ze mee met de huidige & volgende waves door ervaringen of expertises te delen. Volgens Ms Cohen van The Junction werken Israëli niet graag voor een baas, maar zijn ze graag ‘hun eigen baas’. Daarnaast is er een andere mentaliteit in Israël met betrekking tot falen. Een ondernemer in België die is gefaald, die krijgt levenslang door zowel de staat, de bank als zijn omgeving de stempel van mislukkeling. In Israël wordt dit als een noodzakelijk ontwikkelingstraject beschouwd. Niemand kijkt neer op een falende start-up, maar motiveert je om opnieuw te proberen. Daarnaast zijn in Israël de wetenschappelijke & technologische studierichtingen heel populair, een domein waarin huidige start-ups veel potentieel hebben.  

 

 Een overzicht van de start-ups die door The Junction werden begeleid. 

Een overzicht van de start-ups die door The Junction werden begeleid. 

Een andere opmerkelijk feit is hoe georganiseerd de universiteiten samenwerken met private bedrijven. We bezochten Ramot (aan universiteit van Tel Aviv) & Yissum (aan universiteit van Jeruzalem).
Ramot is the technology transfer company and its liaison to industry, bringing promising scientific discoveries made at the university to industry's attention. The company provides the legal and commercial frameworks for inventions made by TAU faculty, students and researchers, protecting discoveries with patents and working jointly with industry to bring scientific innovations to the market.

Yissum Research Development Company of the Hebrew University of Jerusalem Ltd. Founded in 1964 to protect and commercialize the Hebrew University’s intellectual property. Ranked among the top technology transfer companies, Yissum has registered over 8,300 patents covering 2,337 inventions; has licensed out 700 technologies and has spun-off 80 companies. Products that are based on Hebrew University technologies and were commercialized by Yissum generate today over $2 Billion in annual sales.

Dus, wat hebben deze 2 instanties gemeen? Ze laten proffen, studenten en onderzoekers toe om zicht te focussen op hun eigen expertise, namelijk onderzoeken/uitvinden en zijn georganiseerd als een bedrijf waarbij ze actief naar de bedrijfswereld stappen om patenten te promoten en om van bedrijven opdrachten (en dus inkomsten) binnen te halen. Verder nemen ze alle praktische afhandelingen van patenten op zich. Een businessmodel dat duidelijk vruchten afwerpt. Deze bezoeken vond ik dus ongelofelijk inspirerend. In België bieden universiteiten zoals Leuven wel ondersteuning aan (dacht ik), maar ik denk niet dat ze samenwerken met een apart bedrijf, met apart management en aparte targets die actief ermee bezig zijn. Misschien een interessante case om uit te leren?

Bij verschillende bezoeken werd ook de link gelegd tussen de verplichte legerdienst en start-ups. Hoe dat zo? Wel: elke 18 jarige in Israël heeft verplichte legerdienst: jongens 3 jaar en meisjes 2 jaar. Uitzonderingen zijn onder meer diepgelovige Joden, de Arabische moslims & christenen. Ondertussen ijveren verschillende leden van de Knesset om voor deze bevolkingsgroepen in plaats van legerdienst, een soort maatschappelijke dienstplicht op te leggen. Door de huidige legerdienst krijgen velen al een opleiding, worden netwerken uitgebreid en worden jongeren van alle lagen van de bevolking en uit verschillende steden samen geplaatst. Behalve een goede integratie, heeft dit logischerwijze ook een nationalistisch gevolg.

3/ Het beloofde land & Jeruzalem

Komt bij jou ook niet spontaan de Bijbelverhalen die je als kind hoorde naar boven bij het horen van de naam Jeruzalem? Bij mij zeker. Als kind (en jonge adolescent) was ik namelijk (door mijn ouders) Getuige van Jehovah. Voor de mensen die deze godsdienst niet (echt) kennen: neen, we mochten geen bloed krijgen. En neen, we vierden geen kerst en verjaardag. En ja, ik had wekelijks 5u Bijbelstudie. Voor de rest was het niet zo erg. Alle, behalve als je een vroegrijp, opstandig kind was met een hele sterke drang naar vrijheid en onafhankelijkheid. Dan is het niet evident. Maar soit, zoals met alle minder leuke ervaringen in je leven, wordt je er meestal wel sterker van. En geloof me: als ik een fanatieke godsdiensteling zou moeten kiezen als gebuur: geef me dan maar een Getuige van Jehovah. Sympathieke mensen. Was gewoon niet mijn ding.

Waarom ik deze trip down to memory lane maak? Wel, mijn bezoek in Jeruzalem was dat namelijk ook. Gedurende jaren heb ik de Bijbelverhalen gehoord van het beloofde volk (de Joden) en van Jeruzalem. Om na al die jaren dan te staan op de Olijfberg: behalve een geweldig uitzicht, was het ook wel een geweldige ervaring. De Klaagmuur, de Al-Aqsamoskee (de gouden koepel), een aantal kerken, de Joodse begraafplaatsen… In deze verwonderlijke stad staat alles op een boogscheut van elkaar. Een van de meest treffende bezoeken vond ik aan de ‘Heilige Grafkerk’. De kerk gebouwd op de heuvel waar Jezus werd gekruisigd en begraven. Waarom ik dit bijzonder vond? Niet zozeer voor het feit dat Jezus daar zou gestorven zijn. Met ouder worden ben ik trouwens nogal atheïstisch geworden. Neen. Ik vond het geweldig omdat in dit ene gebouw verschillende religiën samenkomen. De Grafkerk is sinds 1852 een simultaankerk, in handen van zes christelijke confessies. De hoofdbeheerders zijn het Grieks-orthodox patriarchaat van Jeruzalem, de Rooms-katholieke Kerk (de orde der Franciscanen) en de Armeens-apostolische Kerk voor de binnenkant van het gebouw. In de 19e eeuw kwamen de Syrisch-orthodoxe Kerk van Antiochië, de Koptisch-orthodoxe Kerk en de Ethiopisch-orthodoxe Kerk daarbij. 

 

Geen wonder dat Jeruzalem al eeuwenlang de inzet is van vele religieuze oorlogen.

4/ Het land waar verschillende culturen samenleven

Israël bestaat momenteel uit zo’n 8 miljoen inwoners waarvan ongeveer 75 à 80% Joden en de rest Arabische moslims en Arabische Christenen. De officiële talen zijn Hebreeuws en Arabisch. Alle borden langs de weg staan dan ook in deze 2 landstalen + Engels, evenals alle communicatie gevoerd door de overheid. Iets wat ik in België niet direct zie gebeuren.

Bij ons bezoek aan de Knesset gaf een van de MK’s toe dat ze niet kan ontkennen dat sommige Arabische burgers in praktijk worden gediscrimineerd, bijvoorbeeld op vlak van huisvesting of werk. Eigenlijk een heel vergelijkbaar probleem zoals in de meeste Westerse landen, waar ook een verschil in taal en cultuur vaak aanleiding is tot discriminatie en verschillen in opvattingen. Dit wil de liberale fractie van de Knesset (de Yesh Atid) mee aanpakken door voor iedereen verplichte leger- of burgerplicht, ook voor ultra-orthodoxe Joden, omdat de legerdienst zorgt voor een betere integratie.

Ook tussen de Joodse burgers zelf zijn er veel verschillen: Er zijn seculiere Joden, Ultraorthodoxe Joden, Orthodoxe Joden, Masorti Joden, Liberale Joden, Karaïtische Joden,  etc. Vrij ingewikkeld dus. En met soms grote verschillen onderling. Vooral de ultraorthodoxe Joden vallen sterk op. Ook in Antwerpen kan je hen makkelijk uit een groep herkennen (denk aan de krullen naast het gezicht, de hoeden en de lange zwarte kleden). Deze groep wordt vaker getroffen door armoede, aangezien de mannen vaak niet werken (ze willen de Thora bestuderen), en ze vaak (heel) veel kinderen hebben.

Algemene conclusie:

We zijn geweldig goed ontvangen geweest in Israël, kregen een heel boeiend programma voorgeschoteld, en hebben een fantastische trip gehad. Aangezien mijn blog al een stuk langer is uitgevallen dan verwacht, zal ik de volgende keer verder ingaan op de Palestijnse kwestie. 

Londen is not in for a diet

 Ik heb ontdekt wat diëten extreem moeilijk maakt! Reisjes. Echt waar. Mijn skireis was een beproeving. Denk vooral aan de liters bier en vettige snacks op die koude bergwand. Maar dat kon ik ergens nog verwachten. Wat ik zwaar onderschatte, waren de citytrips. Eerst en vooral plan ik die niet ruim op voorhand, dus 2 citytrips op 3 maanden is zelfs voor mij wat teveel van het goede. En voor mijn dieet: zeker! En als ik dacht dat Berlijn moeilijk was: wel, I was wrong. Londen is moeilijker. Reizen terwijl je al 4 maanden aan het diëten bent is gewoon het moeilijkst. Eerlijk, na een aantal maand ben je diëten kotsbeu. Echt. Sowieso is het nooit leuk, maar door m’n coach en alle steun die ik via m’n blog gekregen heb (waarvoor nogmaals dikke merci!) en van m’n vrienden, was het goed doenbaar. De laatste tijd ben ik de motivatie wat kwijt. Ik ben ze trouwens volop aan het terugzoeken, dus wie ze gevonden heeft, stuur maar door.

Maar: Londen dus. Niet gedieet. Aan de andere kant had ik wel een fantastische reis, dus het weegt ertegen op!

Allereerst wil ik Ruth bedanken: niet alleen heeft zij de jaarlijkse reis van Jong VLD geregeld, zij was ook mijn kamergenote, en diegene met wie ik ettelijke lachbuien heb gedeeld. Ruth: you were amazing!

We zijn dus op vrijdag de 17e toegekomen in Londen, rond half 10. Direct na aankomst, zijn we rechtstreeks (lees: met de taxi) naar het Vlaamse Huis gegaan. Daar kregen we ’s morgens behalve een tas koffie (really needed that), een aantal interessante lezingen over het FIT: Flanders Investment & Trade agency. Deze grappige slide over zaken doen met Britten wil ik jullie alvast niet onthouden:

83.jpg

 Erna volgde een ervaring die toch wel speciaal was: we waren uitgenodigd om bij te Belgische ambassadeur te gaan eten, bij hem thuis. Hartelijk dank aan Tine (Second Secretary) daarvoor. Kijk, als je met de ambassadeur aan tafel zit, dan durf je ten eerste geen foto’s te nemen van je eten (dus dank je Ann-Sofie voor de foto’s, ik had het lef niet), ten tweede pas je op je taal (ja, als West-Vlaamse niet altijd de meest evidente taak), ten derde durf je amper bewegen (vooral aangezien die tafels zodanig laag waren, dat ik bijna alle glazen omver liet vallen toen ik aan tafel ging. Het maakte het net iets minder genant dat 2 van mijn tafelgenoten identiek hetzelfde hebben voorgehad  , maar toch, awkward) en tot slot: diëten (a.k.a. eten laten liggen) is not done. Bleek echter dat de ambassadeur een heel interessante, sympathieke mens was, die met veel interesse vragen stelde over ons. Een aangename verrassing dus. En met deze verfijnde, lekkere maaltijd maak ik jullie even jaloers:

82.jpg

 Ik heb duidelijk geen leven dat past bij een dieet hé? Gelukkig hebben we erna nog wat rondgewandeld, naar de volgende stop op het programma, namelijk een lezing bij de liberale denktank IEA (=Institute of economic affairs). Onderweg natuurlijk ook een verplichte foto gemaakt (met roomie Ruth):

81.jpg

 Heel interessant, maar ik was blij toen het drukke dagprogramma afgelopen was. Ik kijk uit om in de hostel even te rusten en me klaar te maken voor de diner en een avondje stappen.

Aangekomen in de hostel bleek dat ik in Berlijn gigantisch verwend was qua hostel en dus nogal verkeerde verwachtingen koesterde. Deze hostel was zo fout en crappy dat het eigenlijk hilarisch was. Het voelde nogal aan als kamperen. Of als in de gevangenis zitten. Het is wel een aanrader om ons justitiedepartement daar onderdak te geven als die eens naar Londen gaan: dan weten ze pas echt hoe die overbevolking van de gevangenissen aanvoelt!

Bewijs? Ziehier. (ter info: Ruth heeft deze niet geboekt 

80.jpg

 Maar, eerlijk is eerlijk. Ik heb buikpijn gehad van het lachen. Dus, moet kunnen! Trouwens, iedereen die denkt dat Jong VLD vol fils-à-papa’s en dikkenekken loopt: ziehier het bewijs van het tegendeel. Vrijwel iedereen kon er goed mee lachen, waardoor de sfeer voor we naar het diner gingen (opnieuw een ‘opgelegd’ menu), supergoed zat.

79.jpg

Na een leuk feestje in Soho, vermoeid gaan slapen om de dag nadien naar de Houses of Parliament (Westminster) te gaan. De gids was hilarisch. Behalve toen hij me eruit pikte omdat ik aan het lachen was. ‘Little Miss Red Riding Hood, I have a popquiz for you’. Damnit. Maar verder: super grappige en sympathieke gids.

In de namiddag hadden we nog een stadswandeling. Waar de gids in The Houses of Parliament supergoed was, vond ik de gids in de middag iets minder. Na een ijsje in het park (yes, I plead guilty) werden we verwacht voor een tourtje in de Londen Eye. Yes, het is een tourist trap, maar het was wel gezellig. En we sloten de avond af met een traditionele Engelse maaltijd (op dat moment was mijn dieet mijn echt aan het haten).

Wat daarna gebeurd is, na het uitgaan… hmmm. What can I say, what can’t I say? Misschien kan ik afsluiten hiermee: what happened in Londen, stays in Londen, en gaat nu verder door het leven als de verdragen van room 130.

De laatste dag kregen we een heel interessante spreker van Kohlberg Kravis Roberts & Co. Ltd, een multinational private equity firm over investmend funds. Eerlijk: de momenten dat ik niet in slaap was (hele korte nacht de dag ervoor), vond ik het heel interessant. Maar het was warm op de ambassade en ik moest de tol betalen van een zwaar weekend!

Oorspronkelijk was het plan om te blijven tot dinsdag, maar ik keerde vroeger terug, aangezien ik maandag een fotoshoot had voor Flair. Alle details daarover volgen volgende week! Haal zeker de Flair van 4 juni in huis: ik sta erin!

 

Pamela aus Berlin

Donderdagavond ben ik vertrokken naar Berlijn. Na een te lange busrit en een te korte nachtrust (denk aan heel koud op de bus en tussenstops om de zoveel uur. Beetje zoals je in een ziekenhuis wakker gemaakt wordt op de belachelijkste uren), kwamen we toe in de hostel. Ik was er met het LVSV Gent, een liberale studentenvereniging. Beetje vreemd als je bedenkt dat ik er zelf eigenlijk nooit lid van geweest ben. Tot de laatste dag heb ik me dan ook afgevraagd hoe ik er beland was. Maakt weinig uit. Punt is wel: ik heb me super geamuseerd.

Vanaf moment nummer 1, toen Sarah naast me op de bus kwam zitten en een super spontaan meisje bleek te zijn tot het afscheidsmoment zondagavond, heb ik me een deel van de groep gevoeld. Iets waar ik echt blij mee was. De busreis heen was, ondanks de koude, heel plezant: ik leerde snel een aantal meisjes kennen (Sarah, Alexandra en Annelies), waarmee ik ook op kamer geslapen heb (samen met Delphine en Thais). Hilariteit alom op die busrit (zeker toen ze hoorden dat ik ‘Pamela slankt af’ ben). Altijd grappig om de reacties van mensen te zien dan. Nog nooit zo snel een zak chips weten verdwijnen 

Diëten op citytrip bleek (wat ik trouwens al vreesde) niet evident. Het start al bij het ontbijt. Wat mag ik niet eten? Koolhydraten (denk aan brood en aanverwanten), fruit (teveel suiker) en zuivelproducten. Hmm. Wat blijft dan nog over? Juist. Noppes. Dus, ik ben op mijn kamer gebleven tijdens het ontbijt (de eerste dag) en daar m’n puddingske gegeten. De 2e dag heb ik m’n beschuiten gewoon mee naar beneden genomen. Voordeel van een hostel is dat de sfeer wat minder gedwongen is dan op hotel, dus dat kon wel.

Qua snacks viel het ook best mee. Ook al was Pablo zo sympathiek om een lekker uitziende brownie voor m’n neus op te eten. 

De leukste maaltijd was zonder twijfel de vrijdagavond in Hofbräu Berlin. Verklede obers, rondom mij literglazen bier (ikzelf heb dan maar voor de sfeer en gezelligheid een halve liter cola light genomen) en meezingen op schlagers. Zalig gewoon!

Enkele sfeerfoto’s die ik jullie zeker niet wil onthouden:

45.jpg
46.jpg

Zaterdag was een druk dagje: bezoek aan het Pergamon museum, het gedenkteken voor de Holocaust en erna iets gaan eten (Wiener Schnitzel met extra groenten). Erna gingen Pablo en ik eigenlijk de Berlijnse Zoo gaan bezoeken. Helaas bleek de Zoo maar open te zijn tot 17u. Toeval moet nu wezen dat er in de buurt van de Zoo een aantal interessante musea bleken te zijn: het Europamuseum, het Newtonmuseum en… het Erotika Museum. Welke zouden we gekozen hebben? Juist. De laatste. Off course. Hilarisch. Echt. Hier ook wat ‘smaakmakers’.

 

44.jpg
43.jpg

De zaterdagavond afgesloten met een fantastisch optreden van een blues zangeres. Echt wauw! Een reisgenootje heeft hiervan een filmke, dus ik hoop dit binnenkort met jullie te kunnen delen.

Maar, al bij al een fantastisch geslaagde reis dus, zeker niet in het minst te danken aan m’n gezelschap.

Sfeer en gezelligheid: 10/10

Diëten: not really. Eerder opgelet dat ik de koolhydraten beperkt houd. Pakt dus 6/10.

Maar… er nu weer 100% tegenaan he.

 

Met een bang hart…

Terug van skireis. Of ik me goed geamuseerd heb? Ja, absoluut. Was een geweldige reis, zeker ook dankzij m’n reisgenootjes. Super mooi appartement (thank god for de sauna en het zwembad). Ok, het snowboarden was met wisselend succes. Maar eigenlijk is het met m’n dieet een beetje fout gelopen de laatste dagen.

Ik heb geprobeerd er nog op te letten, door zo weinig mogelijk koolhydraten te eten, maar simpel is het niet als jijzelf de kok van dienst bent. En me eerlijk gezegd ook een aantal keer laten vangen aan den aprés-ski. 1 keer vergeet ik nooit: aprés-ski op de berg (helemaal bovenaan) in Kaprun. Super gezellig, heel leuke sfeer. Beetje teveel gedronken.

27.png

En toen werd het donker. Absoluut niet verantwoord, dat niet. Ik moest dus nog die berg afraken. Nu, als je nog maar net aan het leren snowboarden bent (en leren is een groot woord als je geen les neemt), om dan in het donker diene berg af te raken. Mission impossible! Soit, met veel puffen, vallen en opstaan is het gelukt. De dramaqueen in mij maakte vreugdesprongetjes met het nieuwe avontuur waarover ik zou kunnen praten. (Denk aan de woorden ‘levensgevaarlijk’, ‘pikdonker’ en ‘in de donkere koude, alleen op een berg’). Anyway, heb het overleefd, vlotjes, like a boss.

Maar dan, gisteren, the day of truth: thuiskomen en op de weegschaal staan. Het verdict is al bij al vrij mild. 66,6kg op mijn weegschaal. Min of meer gelijk gebleven dus. Een heel klein beetje gezakt. Officieel resultaat zal ik pas in de loop van volgende week hebben, wanneer ik bij m’n coach ga. Of zij blij zal zijn? Waarschijnlijk niet echt. Het zal met gemengde gevoelens zijn, namelijk ‘het kon erger’. Wat ze zal zeggen over het feit dat ik vrijdag verjaar en zaterdag een feestje geef en niet van plan ben om niet te drinken die avond? Dunno, but she won’t be happy 

Met vallen en opstaan

Dag 3 van het snowboarden. Pijnlijk. Uit bed komen valt me zwaarder dan blootsvoets op ijs lopen. Elke spier in mijn lijf doet pijn. Inclusief de spieren waarvan ik niet wist dat ik ze had. Daarnaast sta ik op dieet. Op skireis. Ik ben echt het zonnetje in huis, trust me.

Het diëten lukt een beetje zoals het snowboarden: met veel vallen en opstaan. Is m’n eerste keer dat ik snowboard moet je weten. Ik ben dus een van die irritante mensen waar skiërs zo op vloeken. Sorry daarvoor. (behalve tegen de Hollanders, jullie sucken nog meer dan ik).

Maar, ook al kan je slecht skiën of boarden, den aprés ski is de max… Ahja, juist, dieet. Cola light dus, terwijl de andere 5 Weisbier etc drinken.

De eerlijkheid gebiedt me te vertellen dat ik al ‘gezeurd’ heb. Hier leven als een monnik is onbegonnen werk. Dus Frouke, noteer maar al dat ik de afgelopen dagen al een aantal glazen cava, zelfs ne wodka-appelsap, wat kaas en een vettig worstje gehad heb. Daar staan ze hier namelijk voor bekend. Vettig eten. Ik kook zelf vaak (onmogelijk gezond volgens m’n reisgenoten), waarbij ik er natuurlijk op let, maar even strikt als thuis… Impossible.

Aan de andere kant: ik verbrand heel veel calorieën. Al dat vallen en rechtklauteren… Je gelooft nooit hoeveel me dat uitput!

Soit, ik ga nog ne piste doen! Cheers

(Aprés)skireis

 Skiën is de max! Daar gaan velen mee akkoord. Ik zit nu in Oostenrijk. Daar is het zeker de moeite zei men op voorhand. Supere aprés-ski bijvoorbeeld. Fantastisch als je op dieet staat. Echt! En zo’n lekker (lees: onbeschrijfelijk vettig) eten, zoals tartiflette enzo. Een klein deeltje van mij is aan het sterven nu.

Weet je, eigenlijk begint zo’n skireis op het moment dat je vertrekt. Wij vertrokken om 5u (nuja, eigenlijk om 5u30, want bibi hier had zich overslapen, sorry guys). Ontbijten deed ik dus in de auto met een proteïnereep. So far so good. Water drinken is geen grote aanrader als je zo’n 1000km moet rijden, dus doe ik dat niet. Mijn blaas heeft sowieso al haar kuren soms, dus, let’s not make it worse.

Middagmaal echter is minder evident. Had het aan mij gelegen nam ik gewoon een shake en daarmee is de kous af. Zo makkellijk is het natuurlijk niet als je 5 reisgenoten hebt. Nee hoor. Zij hadden zin in Burger King. Zucht! Ik zat daar met een slaatje met gegrilde kip, zij met een Whopper. De dapperen onder hen namen een dubbele Whopper. Dubbele zucht. Hoe smakelijk zo’n Whopper eruit ziet, besef je pas wanneer je 5 mensen ervan ziet eten en jij het zoveelste slaatje voor je neus ziet staan.

26.png

Maar, straks de eerste aprés-ski dus. Wish me luck!